Noordelijke maakindustrie vindt veerkracht in coronacrisis

Noordelijke maakindustrie vindt veerkracht in coronacrisis

Illustratie door Job van der Molen

Terwijl we in Nederland de coronacrisis achter ons lijken te laten likken ondernemers hun wonden. De korsten zaten daar behoorlijk snel op, en de nieuwe huid is hier en daar nog fragiel, maar elastischer dan de oude.

En toen was het stil. Maart 2020. Mark Rutte doet onhandig op tv, deelt het volk mee dat we ‘even’ op slot gaan en een dag later stoppen in bedrijven plotseling de telefoons met rinkelen en de mailbox met bliepen. Wat nu? NoordZ sprak de afgelopen maanden bijna zestig ondernemers in de maakindustrie. Hoewel de precieze impact van corona per bedrijf verschilt, zijn de overeenkomsten groot. Steekwoorden: veerkracht, redden wat er te redden valt en kansen zien. Maar vooral: écht ondernemen.

Het voelde een beetje als vakantie, die eerste twee weken. Na jaren van economische groei en drukte, had menig ondernemer best behoefte aan zo’n gedwongen pauze. Even uitrusten en daarna vol gas door, dachten we toen nog. Maar het geknaag kwam snel. Steunmaatregelen hadden nog geen vorm gekregen, terwijl al duidelijk werd dat deze ‘vakantie’ wel eens langer zou kunnen gaan duren dan twee weken. Veel langer.

Alles blonk

De toenemende spanning drijft ook het ondernemerschap boven. En zo werd de stilte op de werkvloer opeens een kans om de onderneming beter de coronatijd uit te krijgen dan ze er inging. Bedrijfspanden werden opgeknapt, klantenboeken afgestoft, nieuwe brochures gemaakt, geboend dat het een lieve lust is. Alles blonk. Maar de lockdown werd verlengd.

Wat doe je dan, als het ondernemen je in het bloed zit? Dan ga je nadenken over nieuwe kansen. Over andere producten, verse samenwerkingen, gekke ideeën. De Dozenproducent in Groningen bedacht een handhygiënezuil, Drentse Streekproducten in Zuidlaren kwam met de Drentse Gelukspot – bezorgde lekkernijen om opa en oma een hart onder de riem te steken –, vijzelspecialist VTL in Leek bracht onder de naam Vidt stalen tuinmeubelen op de markt, Vanhulley ging massaal verantwoorde mondkapjes maken, lijmproducent Collall in Stadskanaal besloot handgels te verpakken en af te vullen, glasfabrikant Steinfort in Franeker oogstte succes met verschillende typen kuchglas. En dit is maar een kleine opsomming.

Over het algemeen kun je zeggen dat de noordelijke maakbedrijven opgeruimder de crisis uitkomen dan ze er ingingen. Planken waarop al jaren plannen lagen zijn leeggehaald. Nieuwe producten zijn uitgeprobeerd, ofwel om direct omzet te genereren, ofwel om personeel aan het werk te houden, ofwel om te achterhalen of er nieuwe kansen inzitten.

Niet dat daaruit allemaal doorslaande successen ontstaan natuurlijk. Want de crisis trof menig bedrijf op een gemene manier. Hoe ondernemend, doortastend en experimenterend de mensen ook zijn, soms bleek er geen kruid tegen gewassen. Producenten die zich vooral richten op sectoren als horeca, evenementen, maar ook kantoortoebehoren, spullen voor scholen en meer, die konden soms geen kant op. En dan zijn er nog ondernemingen die werken in opdracht van de auto-industrie, de luchtvaart, het toerisme. Die hebben het ook moeilijk (gehad).

Heel dikke pech

Voorbeelden: koffie-automatenfabriek Animo in Assen hoort zonder twijfel bij de pechkant. De kantoren waar de automaten vooral een plekje hebben stonden allemaal leeg. Net als hotels, schepen, sportkantines, beursgebouwen en meer. De vraag stortte in. De innovatieve Asser geesten bedachten prachtige alternatieven, zoals een wagen om buiten koffie mee te serveren bij sportverenigingen. Het ding was net uitstekend getest, toen de lockdown heftiger werd en hekken om sportparken ook sloten. Dat is heel dikke pech.

Getech in Westerbork bouwt meetmallen voor de auto-industrie. Dat zijn objecten die toetsen of leidingen voor in en onder auto’s exact de juiste afmetingen, krommingen en bevestigingspunten hebben. Toen de grote Europese autofabrieken aan het begin van de crisis sloten, had dat uiteraard een direct gevolg. De helft van de omzet viel weg.

Opvallend is het optimisme dat snel terugkwam bij de maakbedrijven met minder geluk. ‘Hier komt een eind aan, wij zijn klaarder dan ooit als het zo ver is.’ Ondernemers grijpen de opgelegde kalmte op om hun onderneming te verbeteren. Animo ontwikkelde apparaten die nu nieuwe markten openen, Getech stak veel tijd in procesoptimalisatie en het verbeteren van de bibliotheek. Dit zijn geen op zichzelf staande verhalen. Dit gebeurt over de breedte. In de dorre tijd werd ook gezaaid.

Daartegenover staat een flinke rij maakbedrijven die juist vanwege corona een goed jaar hadden. Producenten van alles wat te maken heeft met thuiswerken, met klussen, met tuinieren, met interieur, met supermarkten, met hobby’s, met gezondheid en fitness, met huisdieren. Die hadden over het algemeen een topjaar.

Optimistisch zijn de meeste marktbedrijven in Noord-Nederland hoe dan ook. Misschien wel opvallend optimistisch. Althans: als het op de coronacrisis aankomt. Het viel – mede dankzij de steunmaatregelen – voor veel ondernemingen best mee allemaal. Ook omdat het aantal besmettingen op de werkvloer zeer beperkt bleef. Wel zijn er zorgen, die deels ontsproten in de covidellende.

Het afgelopen jaar merkte menig vertegenwoordiger van de maakindustrie dat de verkrijgbaarheid van grondstoffen (vooral staal, hout, onderdelen, elektronica en ook kunststof) steeds nijpender werd. Dat is deels te verklaren uit het feit dat toeleveringsfabrieken in de diepe crisis totaal stilgelegd werden. En als de onderdelen en materialen er al waren, dan stond er dikwijls een absurd hoge prijs tegenover. De transportkosten stegen daarnaast de pan uit.

Grondstoffencrisis

We hebben te maken met een andere crisis, die misschien wel diepere wonden gaat achterlaten, zo is te horen. En als we niet uitkijken, is die grondstoffencrisis het begin van een grote recessie. Die vrees leeft. Waar stikstof en PFAS zand in de economische machine strooien, gooit de grondstoffenschaarste extra olie op het dreigende crisisvuur. Langere wachttijden en oplopende kosten kunnen leiden tot een haperende vraag, met alle gevolgen van dien.

Noordelijke maakondernemers zijn daarvoor beducht, maar zien ook een positieve keerzijde. Ze ruiken kansen. Het afgelopen jaar heeft pijnlijk aangetoond dat het mondiale economische systeem kwetsbaar is. Massaproductie in Zuidoost-Azië leek goedkoop en efficiënt, maar zodra de leveringszekerheid in het geding komt en de transportkosten stijgen, is het niet zo aantrekkelijk meer. Maakbedrijven merken dat aan het stijgende aantal aanvragen van klanten die hun spullen niet meer daar, maar hier willen laten maken.

Dat is een tendens die toch al zichtbaar was, maar door corona extra evident is geworden. Fietsenfabriek Azor in Hoogeveen haalt de productie van frames terug naar Nederland. Borstelfabriek Jobo in datzelfde Hoogeveen investeerde om de sterk groeiende vraag naar borstels te faciliteren die normaal uit Azië komen. Verenfabriek Globe in Coevorden levert veel meer aan Europese klanten die vóór corona in de Oriënt inkochten. Dat is een trend die zo maar eens harder zou kunnen doorzetten en de maakindustrie in het Noorden kan opstuwen.

Ondernemers zijn bezig. Altijd. Ze kijken liever naar kansen dan verdrietig in een hoek te gaan zitten. Afgelopen twaalf maanden hadden ze ongetwijfeld meer stress en spanning, zagen ze het af en toe niet meer zitten en moesten ze vervelende ingrepen doen. Maar ze zijn er nog, en kijken vooruit. Als er één eigenschap in het geheugen blijft hangen na het spreken van al die ondernemers, dan is het veerkracht.

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Geplaatst op: 8 juli 2021

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Je e-mailadres wordt niet bij je reactie gepubliceerd. We verwerken je reactie alleen om je eenmalig op de hoogte brengen van plaatsing of afwijzing van je reactie. Je naam wordt alleen geplaatst bij de reactie. Deze wordt verder niet verwerkt.