‘Boeren durven als ondernemer geen stappen te zetten'

‘Boeren durven als ondernemer geen stappen te zetten’

Nieuwe regelgeving en roeptoeterende politici zorgen voor de onzekerheid die de afgelopen tijd veel losmaakte bij de boeren in Noord-Nederland. Een luisterend oor is welkom. Iemand die dat biedt, is agrocoach Lianne Veenstra uit Oosterwolde.

Aan de onzekere tijden voor het boerenbedrijf lijkt voorlopig geen einde te komen. Van de stikstofcrisis (die nog lang niet voorbij is) vallen we in de coronacrisis; en hoewel de boer prijkt op de lijst met vitale beroepen, kan niet gezegd worden dat het allemaal wel meevalt. Door het sluiten van bijvoorbeeld de horeca en de grenzen vallen ook harde klappen in de hoek van de voedselproducenten.

Het is de zoveelste horde. ‘Verandering’ lijkt de laatste maanden het sleutelwoord te zijn voor de agrarische sector. Dat is vanaf de zijlijn makkelijk gezegd. Want buiten de externe ontwikkelingen die in rap tempo over elkaar heen vallen, zijn er op de boerenbedrijven ook zaken binnenshuis die om aandacht vragen. Vraagstukken over de overname of de transitie naar kringlooplandbouw, bijvoorbeeld. Al deze ballen in de lucht houden, zorgen dat de schoorsteen blijft roken en ondertussen niet uitgeblust raken; het vergt nogal wat van een ondernemer.

,,Boerenbedrijven doen geen investering voor nu tot een jaar, dat doen ze voor dertig jaar”, legt agrocoach Lianne Veenstra uit. ,,Aan alle kanten speelt iets. Ik merk dat het al jaren aan de gang is, deze onduidelijkheid. Boeren durven als ondernemer geen stappen te zetten – of ze aarzelen om dat te doen – omdat ze denken: ja, wie weet verandert er binnenkort weer wat.”

Keukentafel

Als agrocoach helpt Veenstra ondernemers in de agrarische sector bij hun persoonlijke ontwikkeling en de vorming van hun bedrijf. ,,Ik begeleid vooral dat wat onder de tafel speelt. Zaken als opvolging, toekomstvisie, onderlinge relaties; de zachte kant. De andere kant, alles wat in bedrijfstermen staat, zit boven tafel. Meestal schuif ik aan de keukentafel aan voor een gesprek, waarbij het doel is dat men zo veel mogelijk zelf tot inzichten komt. Hoewel ik er natuurlijk graag kom, moeten mensen zo snel mogelijk zonder mij kunnen. Dan heeft mijn coaching een duurzaam effect.”

Ze merkt dat de vragen die ze krijgt wel vaak ontstaan uit een praktische noodzaak, iets wat direct gevoeld wordt in de onderneming. Er rust minder taboe op het vragen om hulp bij, bijvoorbeeld, een financieel vraagstuk. ,,Mensen bellen niet vaak met een sociaal probleem, maar uiteindelijk blijkt er vaak toch een diepere laag te zijn. Je moet ze niet over een kam scheren, maar de oudere generatie boeren belt vaker als er echt stront aan de knikker is. De jongere generatie krijgt vanuit hun opleiding mee dat het goed is voor jouw ondernemerschap om ook de zachte kant bespreekbaar te maken.”

Om een agrarisch ondernemer te coachen, moet je eigenlijk wel van boeren huize komen. Het is een way of life; nergens is werk en privé zo verweven als op het boerenerf. Daarom is een coach die de wereld van de boer begrijpt en hun taal spreekt waardevol, weet Veenstra. Ze groeide zelf op in Zeeland, als boerendochter op een akkerbouwbedrijf. Inmiddels woont ze aan de andere kant van het land in Oosterwolde.

Kenniscentrum

Met coachen hield ze zich al langer bezig. Onder andere als docent en mentor aan de agrarische hogeschool in Dronten en als coach van jonge ondernemers voor het NAJK (Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt), waarvoor ze nu bezig is met het oprichten van een kenniscentrum voor bedrijfsopvolging. Met haar bedrijf Veenstra Agrocoaching begeleidt ze nu jaarlijks ruim zestig verschillende ondernemingen in Noord-Nederland en de Flevopolder; twee derde in groepsverband en bij de rest aan de keukentafel. ,,Wat die coaching precies inhoudt, verschilt per bedrijf. Soms heb ik een gesprek en zeggen mensen: ‘Dit was even voldoende’. Bij anderen kom ik al jaren een keer of drie per jaar, zoals bij twee broers die af en toe even in de spiegel willen kijken om hun strategie en koers te bepalen. En alles daartussenin.”

Een vraagstuk waar Veenstra vaak bij betrokken is, is die van de opvolging binnen het boerenbedrijf. ,,Dat is tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend. Er is geen ‘troonopvolging’ meer. Het is een bewuste keuze die ook door de nieuwe generatie gemaakt wordt.”

Toch krijgt deze beslissing niet altijd de aan-dacht die het verdient, merkt Veenstra. Dat is niet gek, want processen van overname binnen een boerenbedrijf gaan over periodes van tien of vijftien jaar. Specifieke beslismomenten worden zo opgeslokt in de dagelijkse gang van zaken op het erf, hoewel het erg belangrijk is dat iedereen weet hoe het zit. ,,Ik hoor wel eens: volgend jaar willen we het bedrijf echt eens overdragen. Dan is er al zoveel besloten en lijkt alles al helemaal helder. De vraag: ‘Wie van jullie wil boer worden?’, is dan niet eens gesteld.

Mensen denken vaak dat ruzie ontstaat vanwege geld, en zeker in grondgebonden bedrijven gaat het om veel kapitaal, maar mijn ervaring is dat het gaat om gezien worden en erkend worden in de keuzes die je wilt maken. Daarom zijn de ‘onder-de-tafel-gesprekken’ zo waardevol. Omdat je in een vroeg stadium die dingen die mensen over het hoofd zien of als vanzelfsprekend aannemen boven tafel kunt krijgen.”

Moderne slag

Zo heeft ze gesprekken gehad met een gezin waar één kind als opvolger was aangewezen, maar vervolgens bleek dat een ander het ook graag wilde doen. Of waar een van de kinderen het bedrijf over wil nemen, maar ook wil horen wat de visie van de anderen is.

Een ander onderwerp, wat vooral voor de buitenwacht lijkt te spelen, is die van de transitie binnen de sector. Om er weer op terug te komen: de veranderingen mogen te snel gaan, ze zijn ook nodig. ,,Als je het hebt over zaken als kringlooplandbouw, daar staan bijna alle boeren open voor. In mijn trainingsgroepen met jonge opvolgers zie ik dat ze fantastische plannen maken. Als ik vraag: ‘Wat zou je werkelijk willen?’, merk ik dat ze allemaal een moderniseringsslag willen maken.’’

,,De schoorsteen moet natuurlijk roken, maar het streven bij de opvolgers is om een bedrijf neer te zetten dat kan blijven bestaan en oog heeft voor de omgeving en de maatschappij. Daarom vind ik duidelijkheid zo’n belangrijk punt. Zonder duidelijkheid op de korte, en zeker op de lange termijn, is het moeilijk.”

Foto: Pepijn van den Broeke

Coen Berkhout (Journalist)

Coen Berkhout (Journalist)

Geplaatst op: 17 april 2020

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Je e-mailadres wordt niet bij je reactie gepubliceerd. We verwerken je reactie alleen om je eenmalig op de hoogte brengen van plaatsing of afwijzing van je reactie. Je naam wordt alleen geplaatst bij de reactie. Deze wordt verder niet verwerkt.