Energie besparen: een uitdaging voor 'energieslurpende' datacenters

Energie besparen: een uitdaging voor ‘energieslurpende’ datacenters

Als we zo doorgaan met het oprukkende gebruik van data, kost dat over een paar jaar 20 procent van de wereldwijde energievoorziening. Dat is niet best, maar wat doe je eraan? En wat kunnen datacenters eraan doen? Mogelijkheden zat.

Energieslurpers van de eerste orde worden ze wel eens genoemd. Datacenters. Om ervoor te zorgen dat iedereen zijn mails kan versturen, zijn gegevens kan opslaan in de cloud, zijn online shopping kan doen en zijn spelletjes kan spelen, staan immense hoeveelheden servers er te loeien in gekoelde ruimtes. Dat kost bergen energie. Google in de Eemshaven laat een compleet windpark draaien om genoeg stroom binnen te krijgen.

Lees ook:

Nieuwe uitbreiding datacenter Google in Eemshaven, 100 extra banen

Klimaatdoelstellingen

De snel oprukkende datacenters lijken haaks te staan op de klimaatdoelstellingen, het duurzaamheidsstreven en de energietransitie. Toch is dat niet helemaal waar. Sterker nog: de stelling valt te verdedigen dat ze juist een bijdrage leveren aan de oplossing van het probleem. Afgezien daarvan: je kunt datacenters niet de schuld geven van het toenemende dataverbruik.

,,We doen er alles aan om zo efficiënt en zuinig mogelijk met energie om te gaan’’, vertelt oprichter en eigenaar Else Maria van der Meulen van het op twee plekken in Leeuwarden gevestigde Datacenter Fryslân. ,,Dat is logisch; een normaal ondernemersuitgangspunt. Voor ons is duurzaamheid iets belangrijker. Net als veel andere datacenters hebben wij ons geconformeerd aan een meerjarenafspraak met de overheid om elk jaar 2 procent te besparen.’’

Dat is niet het punt dat ze wil maken. ,,Het begint natuurlijk met de groeiende vraag naar data. Dat gaat echt heel hard. Moet je eens voorstellen hoeveel energie het zou kosten als iedereen thuis op zijn eigen server al die data zou moeten verwerken. Dan is het veel efficiënter om veel servers bij elkaar te zetten en te zorgen voor een centrale koeling.’’

Broodnodige koeling

De twee datacenters van Else Maria van der Meulen moeten continu energie besparen. Dat is lastig, omdat er tegelijkertijd sprake is van een groei van het aantal klanten en dus het dataverkeer. ,,De ontwikkeling van apparaten staat gelukkig niet stil. Tegenwoordig zijn ze bijna allemaal voorzien van een spaarstand die ’s nachts inschakelt. En sommige servers gaan helemaal uit. Dat zien we meteen terug in de energiecurve.’’

Dat scheelt de klanten ook weer in de kosten, want hun rekening wordt deels opgemaakt op basis van het stroomverbruik. Het Leeuwarder datacenter doet er daarnaast alles aan om zelf zo energiezuinig mogelijk zijn, zegt de directeur. De stroomvoorziening van de servers is één ding, een andere stroomvreter betreft de broodnodige koeling om de apparatuur te laten werken.

,,Meer zonnepanelen kunnen er niet op het dak en aan de gevels. Dat is niet genoeg, alle beetjes helpen. De stroom die we verder betrekken is 100 procent groen, opgewekt in Europa. Ik heb de leverancier daarop uitgekozen.’’

Transport van data kost ook stroom voor datacenters

En dan is er nog iets, verbonden aan de reden van oprichting van Datacenter Fryslân. Opslaan van data kost stroom, het transport van data is evenmin energiearm. ,,Mijn vader zag al dat Friesland behoefte heeft aan een eigen datacenter. Dik tien jaar geleden heb ik er hard aan gewerkt om het eerste center neer te zetten. De reden is simpel: opslag dichtbij scheelt energie voor transport van data. Dat is dus beter voor de wereld, en ook voor de portemonnee van onze klanten. Het grote merendeel van onze klanten komt uit het Noorden.’’

DataCenter Fryslan. Foto: Pepijn van den Broeke.

De hamvraag in de kwestie van het energievretende dataverkeer is: wat doe je ermee? Een regelrechte groeimarkt is die van het besparen van energie, juist met gebruikmaking van data. Slimme meters, slimme verlichting, allerlei producten zetten (energievretende) data in om de wereld te verbeteren.

Slim rekenwerk

De Groningse startup Envitron is er actief mee bezig, die schijnbare paradox. Envitron maakt hardware en software om het energieverbruik in gebouwen en omgevingen inzichtelijk te krijgen én advies te geven die te verlagen. ,,Wij zijn in wezen een databedrijf, gericht op het besparen van energie. Voor ons betekent dat logischerwijs dat we ook naar ons eigen systeem kijken’’, vertelt medeoprichter Rein Schuil.

De startup bouwt boxen die data uit energiestromen vangen en naar de cloud sturen waar slim rekenwerk plaatsvindt met als resultaat exact inzicht en suggesties voor verbeteringen. ,,De servers staan in het datacenter van Bytesnet, letterlijk op steenworp afstand. Die keuze is gebaseerd op een combinatie van afstand en de groene manier van werken van Bytesnet, niet puur op prijs.’’

Lees ook:

Amerikaans QTS Realty Trust breidt uit met datacenters in Eemshaven en Groningen

Voor de jonge Groningers logisch, voor conventionele bedrijven bijzonder: Envitron biedt klanten de keuze de kwaliteit van hun visuele inzicht aan te passen. ,,Je kunt kiezen je real time overzicht in een lagere resolutie te ontvangen. Dat scheelt energie. Daarnaast bieden we de mogelijkheid je data niet over te lange tijd op te slaan. We raden altijd aan om te gaan voor wat nodig is, niet per se voor wat mogelijk is.’’

Het duurzaamheidsstreven gaat verder. Het digitale dashboard dat de Groningse startup voor klanten maakt, heeft een donkere achtergrondkleur. ,,We hebben ontdekt dat zwart als achtergrond dertig procent minder energie kost dan wit. Dus dan passen we dat aan. We merken dat klanten, zeker grotere bedrijven, dat soort ingrepen zeer op prijs stellen.’’

En toch hebben we, ondanks al die goede stappen en bedoelingen, een probleem. Het dataverkeer blijft maar toenemen, de druk op de energievoorziening groeit navenant. Misschien wordt het wel tijd voor een veel rigoureuzere ingreep: een heruitvinding van onze computer. De fantastisch werkende systemen die iedereen gebruikt, hebben als grote nadeel dat ze in herhaling ontelbaar veel berekeningetjes maken, die telkens energie kosten. Kan dat niet anders?

Cognitieve computer

Bij het Groningen Cognitive Systems and Materials Center (Cognigron) denken ze van wel. Bij dat samenwerkingsverband van de Rijksuniversiteit Groningen en IBM wordt sinds twee jaar gewerkt aan een zogeheten cognitieve computer. Daarin zitten niet meer de transistors die zo essentieel voor de huidige computers zijn. Nieuwe software en materialen zorgen ervoor dat data als het ware stroomt door de computer, in plaats van dat het schoksgewijs van transistor naar transistor wordt verplaatst. Geheugen en proces zijn als gevolg daarvan niet meer gescheiden, naar voorbeeld van het menselijke brein.

Het pionierswerk in Groningen is in wezen nog maar net begonnen, maar de vooruitzichten zijn alvast goed. Het fundamentele onderzoek moet de weg banen voor commerciële toepassingen. Als de berekeningen niet liegen, gaat de nieuwe computer het energieverbruik van het dataverkeer met een factor 10.000 (!) verminderen.

Datacenters, Datacentrum Fryslan
Elsa Maria van der Meulen. DataCenter Fryslan. Foto: Pepijn van den Broeke.
Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Geplaatst op: 12 maart 2020

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Je e-mailadres wordt niet bij je reactie gepubliceerd. We verwerken je reactie alleen om je eenmalig op de hoogte brengen van plaatsing of afwijzing van je reactie. Je naam wordt alleen geplaatst bij de reactie. Deze wordt verder niet verwerkt.