Was het een zwaar jaar voor de Nederlandse boer?

Was het een zwaar jaar voor de Nederlandse boer?

Het najaar tekende zich door de trekkers die naar Den Haag en de provinciehoofdsteden trokken. ‘De boeren hebben het gehad’, aldus de media. Hoe was 2019 voor de agrarische ondernemer?

Het is makkelijk om te kijken naar de stikstofdiscussie van de afgelopen maanden en te denken dat het vooral in 2019 niet meeviel voor de boeren. Wie echter verder kijkt, ziet dat het de afgelopen jaren zelden rustig was. De inkt van het vorige plan is nog niet droog, voordat de volgende maatregel zijn aankondiging vindt. Zie de milieuheffing op de fosfaatrechten in 2018 en de discussie over de stikstofuitstoot een jaar later.

,,In gesprekken met boeren krijg ik vaak de vraag: wanneer wordt het weer wat rustiger?”, vertelt Dirk Bruins, melkveehouder in Dwingeloo en voorzitter van LTO Noord. ,,We hebben na de Tweede Wereldoorlog een periode gehad met een stabiel landbouwbeleid waarin de Nederlandse land- en tuinbouw floreerde. Volgens mij gaat zo’n tijd echter niet meer komen.”

Goed nieuws

Toch was 2019 volgens Bruins niet per definitie een zwaar jaar voor de boeren. Er zijn veel aspecten die het boerenleven beïnvloeden. Politiek beleid en maatschappelijke discussies, zeker. Maar, het economische aspect speelt ook een grote rol. En op dat gebied was afgelopen jaar niet slecht te noemen.

,,De prijzen waren over het algemeen goed. Hoewel je in iedere markt met ups en downs te maken hebt, waren er dit jaar geen sectoren met erg lage prijzen. De varkenshouderij was een positieve uitschieter en de melkveehouderij en akkerbouw beleefden een goed jaar”, aldus Bruins.

Lees ook:

Veendamse boeren vertellen hoe het écht zit met het boerenbedrijf

Door de varkenspest in China, die 200 miljoen dieren trof, steeg de vraag en de prijs. Goed nieuws voor de Nederlandse varkensboeren die na vele perioden met slechte prijzen deze opsteker wel kon gebruiken.

Misverstand

De gezonde economische positie van de Nederlandse land- en tuinbouw zorgt volgens Bruins echter ook voor een groot misverstand in de recente discussies. ,,Nederland is wereldwijd de op-één-na-grootste exporteur van landbouwproducten.’’

Dit gegeven werd aangewend om te zeggen dat wij ook wel met wat minder productie konden doen, omdat we toch een groot deel exporteren naar andere landen. ,,Het gaat om export in economische waarde en niet om massa. Nederlandse boeren voegen heel veel waarde toe aan uitgaand landbouwmateriaal zoals zaden voor bloemen, planten en gewassen. Een kilo zaad heeft op dit moment een hogere waarde dan een kilo goud”, legt Bruins uit.

Nederland is dus zeker een wereldspeler van formaat op het gebied van voedselvoorziening, maar vooral door de hoge kwaliteit van het materiaal en de kennis die onze boeren hebben en delen.

Waardering

Internationaal kunnen de Nederlandse boeren en tuinders dan ook op veel waardering rekenen. Hoe voelt dat in ons eigen land? Boeren ervaren een mentale druk, beaamt Claudia Hooiveld. Zij is coördinator van de regio Noord van de organisatie Zorg om Boer en Tuinder (ZOB). De vrijwilligers van ZOB (in onze regio zijn dat er 10) bieden een luisterend oor aan ondernemers in de agrarische sector.

Hooiveld: ,,Wat wij merken in de hulpvragen is dat het altijd gaat om een opeenstapeling van gebeurtenissen over de jaren heen. Dat gaat wel steeds sneller, dus durven boeren en tuinders eerder aan de bel te trekken om te zeggen dat het zo niet langer gaat, dat de rek eruit is. Wij lopen dan mee in de situatie van de ondernemer, kijken wat de behoefte en de vraag is en waar wij kunnen begeleiden. Die diensten zijn gratis en we vinden het daarbij erg belangrijk dat de ondernemer de regie houdt en zelf de stappen zet.”

Maatschappelijke debatten over de onderwerpen waar boeren mee te maken hebben, zijn de afgelopen jaren in een stroomversnelling geraakt. Dat is een van de grootste pijnpunten, meent Bruins. ,,Tom Vilsack, in Amerika de landbouwminister onder Obama, zei het treffend: 99 procent van de bevolking in het Westen hoeft zich geen zorgen te maken over zijn of haar eten.

Daardoor is ons besef over waar ons voedsel vandaan komt verdwenen. Voedsel is in Nederland relatief goedkoop: wij besteden er gemiddeld minder dan 10 procent van ons inkomen aan. Het is zo toegankelijk geworden dat niemand er vragen over stelt. Ondertussen is de samenleving steeds sneller en dynamischer gaan opereren, terwijl boeren in hun bedrijf te maken hebben met langdurige processen. Dat zorgt voor wrijving.”

Vraagstukken

,,Als er bij mij een kalfje geboren wordt, dan was er negen maanden geleden een dekking en duurt het daarna nog twee jaar voordat ze melk gaat geven”, vervolgt Bruins, ,,en ook tussen het kweken van pootgoed en het uiteindelijk oogsten van aardappelen zit een proces wat meerdere jaren duurt.” Hoezeer boeren ook gebaat zijn bij een langetermijnvisie, de huidige West-Europese samenleving is volgens Bruins te complex en te gehaast om dat te garanderen.

Toch is een integrale aanpak van de vraagstukken die er liggen hard nodig. Bruins: ,,Vroeger was de opdracht duidelijk: nooit meer honger in Nederland. We hebben er in de afgelopen jaren samen voor gezorgd dat ons voedsel van goede kwaliteit is en dat de prijs laag is. Ook op het gebied van dierenwelzijn houden wij de hoogste standaarden aan. Wat je ziet is dat er nu veel losse vraagstukken tussendoor komen, waardoor verwarring ontstaat bij ondernemers. Zij denken: ik doe wat gevraagd wordt, maar ineens komt er iets tussendoor wat om een andere aanpak vraagt.’’

,,Door ieder vraagstuk als individueel punt te behandelen kom je niet echt verder. Een voorbeeld: als je dieren meer buiten laat lopen, kan je de uitstoot van emissies minder goed sturen. Dat kan in stallen wel, maar dat staat op gespannen voet met maatschappelijke wensbeelden, zoals dierenwelzijn.”

Verwevenheid

Oplossingen liggen deels bij de landbouwers zelf, meent Bruins. Een van de oplossingen is goed in verbinding staan met de consument en retail over de vraag: wat willen we en hoe maken we dat samen voor elkaar? Een groep consumenten kiest al heel bewust, maar als puntje bij paaltje komt is een euro maar een keer uit te geven. En hoewel Bruins tegen subsidies is – ‘het liefst zou ik er helemaal geen ontvangen’ – als iets wat we belangrijk vinden niet uit de markt kan komen, moeten we het als collectief betalen.

Anderzijds is onderling contact tussen ondernemers belangrijk, wat juist in Noord-Nederland mogelijk is. Bruins: ,,Het mooie van Noord-Nederland is dat we een rijke grond met verschillende grondsoorten hebben, waardoor verschillende types agrarische bedrijven bij elkaar kunnen komen, zoals akkerbouw en veehouderij. Door samen te werken aan thema’s als circulariteit, kunnen wij hier echt stappen zetten richting een toekomstbestendige landbouw.”

Lees ook:

De varkensboer staat onder druk: hoe de speklap de samenleving splijt

Als laatste noemt Bruins dat er temidden alle discussie niet moet worden vergeten wat de boeren echt drijft: de verantwoordelijkheid en passie die zij hebben voor hun bedrijf. ,,Wij halen veel voldoening uit iets grootbrengen, iets zien groeien door de energie die wij daarin stoppen. Ook als dieren voor de slacht bedoeld zijn, genieten boeren van het grootbrengen van hun dieren.”

Hoe zwaar het moge zijn om een antwoord te vinden op de milieu- en klimaatvraagstukken, Bruins heeft vertrouwen: ,,Er liggen veel vraagstukken op tafel en zeker het klimaatvraagstuk is zorgwekkend, omdat het relatief nieuw is voor ons. Maar we zijn altijd goed geweest in het oplossen van problemen. Ik geloof dat we hier als land- en tuinbouw uit gaan komen.”

Dirk Bruins, voorzitter van Land- en Tuinbouw Organisatie Noord.
Dirk Bruins, voorzitter van Land- en Tuinbouw Organisatie Noord. Foto: Pepijn van den Broeke
Coen Berkhout (Journalist)

Coen Berkhout (Journalist)

Geplaatst op: 18 december 2019

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Je e-mailadres wordt niet bij je reactie gepubliceerd. We verwerken je reactie alleen om je eenmalig op de hoogte brengen van plaatsing of afwijzing van je reactie. Je naam wordt alleen geplaatst bij de reactie. Deze wordt verder niet verwerkt.