De varkensboer staat onder druk: hoe de speklap de samenleving splijt

10 vragen over varkens, boeren, consumenten en de barbecue in 2030

Is het nog wel verantwoord om elke dag vlees te eten? Het is een relevante vraag nu de varkenshouderij onder druk staat. Tien vragen over varkens en boeren, biologische producten, consumenten en de barbecue in 2030.

Tekst: Pim Dikkers, Paul Driessen, Chris van Mersbergen en Lukas van der Storm. Bron: Algemeen Dagblad/Dagblad van het Noorden

1. Hoe komt het dat er juist in Brabant zo veel varkens zijn?

De voornaamste reden is heel simpel: de provincie heeft gigantisch veel zandgronden. Een groot deel van de (schrale) bodem is niet geschikt voor akkerbouw of het houden van melkvee. Bijna de helft van de 4160 Nederlandse varkensboeren zit in Brabant, net als de helft van de totale varkensstapel (5,9 van de 12,4 miljoen). De varkensstapel schommelt al een jaar of vijftien rond de 12 miljoen dieren, terwijl het aantal bedrijven jaarlijks kleiner wordt. De daling zet de komende jaren door, blijkt uit een studie van de Rabobank. De verwachting is dat in 2030 nog duizend ondernemers over zijn, die vaak op meerdere locaties werken.

2. In wat voor omstandigheden leven varkens?

Het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, dat loopt van 1 tot 3 sterren, biedt een aardig inkijkje in de verschillende leefomstandigheden van varkens. Meer sterren betekent meer ruimte per varken, meer stro en hooi in de stal, kortere transportduur en een langer verblijf van de big bij de moeder.

In Nederland leven volgens de Dierenbescherming ruim 3 miljoen varkens, een kwart van het totaal, in stallen die 1 ster hebben. Het aantal 2 en 3-sterren-stallen ligt zeer laag.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert varkenshouderijen op de minimale welzijnseisen. Dat hangt vooral samen met de bewegingsvrijheid voor het vee. Sinds een paar jaar moeten varkens in grotere groepen worden gehouden (van acht tot twaalf naar twintig of meer varkens); vroeger zaten de zeugen nog in afgesloten voerligboxen.

De NVWA controleert ook of de varkens altijd toegang hebben tot drinkwater en of er voldoende voer beschikbaar is. Het dier moet bovendien een dag- en nachtritme kunnen volgen en om zich heen kunnen kijken.

3. Boeren klagen over te veel regels. Is dat terecht?

Je zou zeggen van wel. De mestboekhouding, regelgeving voor uitstoot van stikstof en ammoniak, voor dierenwelzijn, voor het gebruik van medicijnen, voor voedselveiligheid, een varkensrechtensysteem dat ervoor zorgt dat er niet te veel dieren worden gehouden, kwaliteitskeurmerken. Het is een greep uit wetten en regels waarmee een varkensboer zijn dag prima kan vullen.

Die regels zijn er niet voor niets. In geen enkel land wonen zo veel mensen en varkens zo dicht op elkaar. Dat zorgt voor overlast, schade voor het milieu en het constant sluimerende gevaar van het uitbreken van dierziekten. Dat vraagt om regelgeving ter bescherming van burgers.

Dat maakt de bedrijfsvoering wel ingewikkeld. De wetten en regels komen van alle kanten – de Europese Unie, het ministerie, de NVWA, de provincie – en volgen elkaar soms snel op. Dat frustreert veel boeren. Volgens de Producenten Organisatie Varkenshouderij was een Nederlandse varkensboer in 2013 liefst 19 cent per kilo geslacht varken kwijt aan kosten voor regelgeving, op een kostprijs van ruim 1,50 euro. Dat is bijna drie keer meer dan Europese collega’s.

4. Verdient een varkensboer veel geld?

Op dit moment wel, de meesten althans. De reden is wrang: door massale ruimingen vanwege de uitbraak van Afrikaanse varkenspest in China is de varkensprijs wereldwijd als een komeet gestegen. In Nederland betaalde vleesproducent VION begin dit jaar ruim 1,27 euro voor een kilo varkensvlees, nu is dat bijna 1,68 euro. De kostprijs ligt gemiddeld iets boven de 1,50 euro; daarin is een stukje ‘salaris’ voor de varkenshouder meegenomen. Veruit de meeste ondernemers maken nu forse winst.

Dat is echter lang niet altijd het geval. In de meeste jaren produceert het grootste deel van de varkensboeren onder de kostprijs. In die jaren – 2018 was zo’n jaar – teren ze in op eigen vermogen. Beter is het gesteld met ‘biologische’ boeren. Zij hebben te maken met consumenten die bereid zijn meer te betalen.

5. Waarom stappen boeren niet allemaal over op biologisch produceren?

Was het maar zo simpel. Ten eerste is de biologische markt niet groot: in de supermarkt is het aandeel biologisch varkensvlees maar een paar procent. En de relatie tussen producent en afnemer is belangrijk, je komt er als nieuweling niet zomaar tussen.

Dan is er het financieringsvraagstuk. Veruit de meeste boeren hebben hun stallen ingericht op de intensieve fok. Door de vele slechte jaren is het eigen vermogen vaak niet groot. Soms financiert de voerleverancier het bedrijf zelfs mee, en die heeft geen belang bij kleine groepen dieren op een groot oppervlakte.

6. Wat doet de consument?

We eten in Nederland gemiddeld nog net zo veel vlees als tien, vijftien jaar geleden, blijkt uit onderzoek van de Wageningen University. Het gaat om zo’n 38 kilo per persoon. Varken is favoriet (18 kilo) en op twee staat het vlees van kippen en ander pluimvee (11 kilo).

Onderzoekers breken zich het hoofd over de vraag waarom de vleesconsumptie niet daalt in tijden van groeiende aandacht voor vleesvervangers, vegetariërs, flexitariërs en de schaduwkant van het sappige karbonaadje. Feit is dat bijna 5 procent van de Nederlanders geen vlees eet en ongeveer de helft zich flexitariër noemt.

Door de aandacht voor de nadelen van vleeseten zijn mensen wel bewuster bezig met hun stukje varken, rund of kip. En toch is slechts één op de zes mensen bereid om extra te betalen voor een meer verantwoord product. Het verklaart waarom de opmars van biologisch vlees maar langzaam van de grond komt.

7. Wat kunnen we doen om het tij te keren?

We zitten met zijn allen in een vicieuze cirkel. De supermarkt wil de prijs laag houden en dwingt daarmee de varkenshouder steeds efficiënter te produceren. Dat kan hij alleen doen door te groeien en niet meer geld dan noodzakelijk uit te geven aan milieu en dierenwelzijn. Tegelijkertijd kiest de consument nog altijd vooral met zijn portemonnee, waardoor de supermarkt geen noodzaak ziet de kiloknaller de deur uit te doen.

De revolutie zal niet zomaar vanuit de supermarktklant komen. De overheid is dan de enige partij die fundamentele veranderingen af kan dwingen.

8. Wat doet de overheid?

Minister Carola Schouten van Landbouw presenteerde vorig jaar een visie om het systeem van lage prijzen en schaalvergroting te doorbreken. Haar oplossing: Nederland moet koploper worden op het gebied van kringlooplandbouw. Een fundamentele wijziging van het beleid. De boer werkt in harmonie met het landschap: de veehouder brengt zijn mest naar de akkerbouwer. Als die bijvoorbeeld suikerbieten teelt, kunnen de bladeren dienen als veevoer. Op die manier wordt er minder land gebruikt om veevoer te telen.

De gesloten kringloop, die in 2030 een feit zou moeten zijn, is echter nog ver weg. Zo gebruiken veel akkerbouwers kunstmest, terwijl er een fors overschot aan dierlijke mest is. Veel varkenshouders moeten daardoor flink geld betalen om van hun mest af te komen. Geld dat ze niet in verbeteringen op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn kunnen steken.

9. Helpt het om met z’n allen vegetariër te worden?

Hier lopen twee discussies door elkaar: een ethische over dierenwelzijn en een ecologische over duurzaamheid. Een groep als Meat the Victims vindt dat we dieren helemaal niet moeten opeten. Kijk je naar milieu en klimaat, dan helpt het om met vlees te minderen. De veestapel zorgt voor enorme uitstoot van broeikasgassen. En: de dieren moeten allemaal eten. Daarbij hebben ze lang niet genoeg aan restproducten, zoals Schouten beoogt.

Wanneer we helemaal geen dierlijke producten meer eten, is het ook de vraag waar we onze eiwitten vandaan halen. Een gezond en veganistisch voedingspatroon is goed mogelijk. Maar het vergt wel kennis en discipline om genoeg voedingsstoffen, met name eiwitten, binnen te krijgen.

In een duurzaam voedingspatroon eten we gemiddeld 20 gram dierlijke eiwitten per dag, becijferde Wageningen University, amper een kwart van onze huidige vlees- en zuivelconsumptie.

10. Hoe ziet onze barbecue eruit in 2030?

De kans dat we de varkenssaté massaal hebben afgezworen, lijkt klein. De groep vegetariërs en veganisten groeit, maar vormt nog een kleine minderheid. En een béétje vlees past juist goed in een duurzaam voedselpatroon. Plus: veel mensen vinden vlees gewoon lekker.

Het varken dat we dan eten, heeft waarschijnlijk een beter leven gehad. Dat betekent niet dat we in 2030 alleen varkens eten die vrolijk buiten door de modder hebben gerold. Er zullen nog steeds grote stallen zijn die goedkoop en efficiënt vlees produceren. Ook dat kan, dankzij nieuwe technieken, diervriendelijker.

We zijn in 2030 wel meer geld kwijt aan ons vleesspiesje voor de BBQ. En er zal een vleesvervanger tussen liggen. Stapje voor stapje zal vlees weer het luxeproduct worden dat het ooit was.

Wellicht ook interessant

Gijs Nillessen en Karlijn ter Horst bezochten voor hun videoserie noordz on-site de boerderij van Annechien en Menno ten Have in Beerta. Als enige varkenshouderij in Nederland hebben zij een 2 sterren ‘Beter Leven’ keurmerk. Daarnaast ontwikkelden ze een eigen merk én werden verkozen tot Agrarisch Ondernemer van 2019. Bekijk de video hier.

Geplaatst op: 31 mei 2019

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Je e-mailadres wordt niet bij je reactie gepubliceerd. We verwerken je reactie alleen om je eenmalig op de hoogte brengen van plaatsing of afwijzing van je reactie. Je naam wordt alleen geplaatst bij de reactie. Deze wordt verder niet verwerkt.