Is het al tijd voor samenwerking binnen de toerismebranche?

Is het al tijd voor samenwerking binnen de toerismebranche?

Is het al tijd voor samenwerking binnen de toerismebranche?

Provincies, regio’s, steden en dorpen varen vaak hun eigen toeristische koers. Maar werkt dat anno 2018 eigenlijk nog wel? Of is het tijd voor een nieuwe vaarrichting?

„Als Amsterdam reclame maakt voor toeristen, doen ze dat niet voor Rotterdam. Dat is logisch. Versnippering hier is ook niets nieuws”, zegt Gerard Kremer, voorzitter van MKB-Noord en Toerisme Alliantie Friesland, een platform voor Friese mkb’s in de toeristensector. Minder logisch vindt hij de manier waarop het Noorden nadenkt over toerisme. „Ik ben de eigenwijze mening toegedaan dat ondernemers te veel aanbodgestuurd werken, in plaats van vraaggericht.”

Ondernemers promoten wat ze te bieden hebben, in plaats van in te spelen op de wensen van de moderne toerist. „Als je als ondernemer zegt ‘wij hebben bossen met mooie paden waar je lekker kunt wandelen’, dan denkt de toerist ‘ja, die heb ik thuis ook wel’. Als je inzet op een bijzondere beleving waar de reiziger zowel de lokale cultuur, natuur als historie kan meemaken, dan heb je iets in handen”, meent Kremer.

Voorbij de provinciegrens

Waar de toerismesector in Noord-Nederland vooral terrein kan winnen, is de internationale markt. „Maar dan moet je wel voorbij provinciegrenzen kunnen kijken”, zegt Gerard de Boer, campagneleider van TopDutch. „Ons doel is om vanuit economisch perspectief het goede vestigingsklimaat van Noord-Nederland internationaal op de kaart te zetten. Om ons doel te bereiken kijken we niet naar een stukje Noord-Nederland, maar juist naar het geheel. Daar ligt de kracht.”

Een kracht die Noord-Nederlandse ondernemers ook kunnen gebruiken voor het internationaliseren van de toeristenmarkt. „Stel je voor: je staat in Amerika, aan de overkant van de oceaan, en je kijkt naar Europa. Hoe kijk je dan naar toerisme?”, stelt De Boer. „Als je aan Nederland denkt, zie je Amsterdam, misschien de Keukenhof, maar ook het Waddengebied.” Een gebied dat zich uitstrekt van Noord-Holland tot Denemarken en zich niet houdt aan de provinciegrenzen die hier zijn bedacht.

Waddenzee

„De internationale toerist die langskomt om Werelderfgoed Waddenzee te bekijken, komt niet voor de Friese, Groningse of Duitse Wadden”, zegt Kremer. „Die komt voor de beleving van het Werelderfgoed.” Een beleving waar het Noorden gezamenlijk van zou kunnen profiteren. „Het houdt zich niet aan provinciegrenzen, maar het is wel zo ingedeeld dat het in grenzen is verdeeld”, zegt De Boer. „Daar is de versnippering niet goed, want juist de samenwerking zou ervoor zorgen dat Noord-Nederland als geheel profiteert.”

Versnipperd

Hoewel beide ondernemers erkennen dat de Noord-Nederlandse toerismesector op verschillende vlakken nog versnipperd is, voelen ze ook een frisse wind waaien. „Zelf heb ik het gevoel dat de samenwerking steed beter van de grond komt”, zegt De Boer. „Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de open houding van de drie marketing organisaties, zoals Marketing Groningen. Zeker sinds het aantreden van Barbara Risselada begrijpen ze dat als je het internationaal wilt maken, je jezelf niet alleen kunt richten op de promotie van Tietjerksteradeel, maar dat je samen moet werken.”

Met die insteek is Barbara Risselada in oktober 2017 aangetreden als nieuwe directeur van Marketing Groningen. „We werken intensief samen met Merk Fryslân en Marketing Drenthe”, zegt ze. „Omdat ik denk dat we op strategische onderwerpen heel goed kunnen en moeten samenwerken. Als het om toerisme gaat zijn er een hoop verschillende beleidsstukken en net zoveel verschillende visies, maar wat me vooral opvalt is dat ze inhoudelijk vaak heel veel overeenkomsten hebben.”

Samenwerken

Die overeenkomsten wil zij gebruiken om de samenwerking in de toeristische sector te vergroten. Bijvoorbeeld door de overloop van toeristen in Amsterdam naar Groningen en het Noorden te halen, waar nog volop ruimte is. „Maar dat moeten we wel op een strategische manier doen. Roepen dat we busladingen toeristen uit Amsterdam kunnen halen en vervolgens een touroperator die kant op sturen, is onvoldoende om de regio op de lange termijn op de kaart te zetten.”

Waar willen we in 2030 staan als toeristenbestemming? En wat is onze plek binnen de bestemming ‘Nederland’?

Wat de regio daarom eerst nodig heeft, is een stip aan de horizon. „Waar willen we in 2030 staan als toeristenbestemming? En wat is onze plek binnen de bestemming ‘Nederland’?” Een vraag die ze niet alleen oppakt, maar in samenwerking met andere Nederlandse destinatiemarketingorganisaties en het Nederlands Bureau voor Toerisme. „Het Bureau voor Toerisme is een visie aan het ontwikkelen rondom de bestemming Nederland.” Samen met de ontwikkeling in steden als Amsterdam, biedt een nieuwe landelijke visie volgens Risselada momentum om de toeristensector in Noord-Nederland strategisch te versterken.

Schrik

Toch kan een vraag over het toekomstperspectief in 2030 menig kleine ondernemer schrik aanjagen. Want hoe kun je nadenken over de positie die je over twaalf jaar zou willen bekleden, als je dagelijks keihard werkt om volgend jaar nog open te kunnen zijn? „Dat is waar ik denk dat een partij als Marketing Groningen een goede rol kan vervullen”, stelt Risselada. „Door juist de kleine ondernemer die er geen tijd voor heeft te helpen bij het nadenken over een langetermijnstrategie. Ik merk ook dat er veel behoefte is om de vraag ‘waar willen we met z’n allen heen’ te beantwoorden.”

Het antwoord op die vraag biedt volgens Risselada de mogelijkheid om zowel op kleine als grote schaal een pad uit te zetten. „Als je weet waar je heen gaat, dan wordt alles makkelijker. Eigenlijk is het de kapstok waar je vervolgens je concrete plannen aan ophangt.” Een kapstok waar Marketing Groningen haar campagnejas aan op kan hangen, maar waar ook de kleine, lokale ondernemers een haakje kunnen vinden om meer klanten te trekken voor hun onderneming.

„Er zit een groot gat tussen wat bezoekers denken te weten over de regio en wat er daadwerkelijk is”, stelt Risselada. „We hebben prachtige plekken waar je hele mooie momenten kunt beleven, maar waarvan mensen niet weten dat ze bestaan. Dat terwijl we van ondernemers wel te horen krijgen dat bezoekers die de plekken per toeval ontdekken altijd weer verbaasd zijn over het feit dat ze helemaal niet wisten dat het bestond.” Een gat dat ondernemers met elkaar zouden kunnen vullen.

Kansen

„Waar nu concrete kansen liggen is om de ondernemers met elkaar te verbinden, terwijl we de bezoekers een reden geven om onze regio te bezoeken”, zegt Risselada. Bijvoorbeeld door het uitzetten van thematische routes die cultuurhistorische en maatschappelijke plekken met elkaar verbinden. „Groningen Connect is daar een mooi voorbeeld van. Ondernemers hebben een soort dagattractie ontwikkeld, waarbij ze bezoekers mee door de hele provincie nemen. De bezoekers leren bijvoorbeeld over ‘Groningen Graanrepubliek’, terwijl ze ook bij verschillende ondernemers langsgaan.”

Betekenen deze ontwikkelingen dat ondernemers alleen overleven als ze zichzelf opnieuw uitvinden? Dat regio’s de bijzondere aspecten van hun streek niet meer kunnen profileren? Dat de toeristensector zich volledig moet aanpassen aan de wens van de ‘verwende’ reiziger? Nee, dat betekent het niet. Wel laat het zien dat de sleutel tot een toekomstbestendige toeristensector deels moet worden gevonden in het ontwikkelen van een langetermijnvisie, in het leren kennen van de bezoeker en in lokale, regionale en provinciale samenwerking.

Fotografie: Pepijn van de Broeke

Barbara Risselada-Lutz
Directeur-bestuurder Marketing Groningen

Giulia Fabrizi (Journalist)

Giulia Fabrizi (Journalist)

Geplaatst op: 15 mei 2018

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *