De 3 lastige obstakels voor internationaal zakendoen

De 3 lastige obstakels voor internationaal zakendoen

De 3 lastige obstakels voor internationaal zakendoen

De gerichtheid op export en internationaal zakendoen blijft in het noordelijke bedrijfsleven achter bij het landelijke gemiddelde. Waarom kijken noordelijke bedrijven minder over de landsgrenzen? Wat zijn de grootste obstakels die buitenlandse stappen voorkomen?

Obstakel 1

Taal- en cultuurverschillen

Volgens Rikus Stuut, exportadviseur van de Kamer van Koophandel in Groningen, zijn taal- en cultuurverschillen het grootste obstakel voor ondernemers die de grens over (willen) gaan. „Dat blijkt iedere keer weer een bron van verrassing. Niet iedereen spreekt vloeiend Duits of Engels. Dat geldt zowel voor de exporteur hier in Nederland als voor degene met wie je zaken doet in het buitenland. Dan kan er ruis ontstaan.”

Ook Nick Stevens, Chief Digital Officer van de gemeente Groningen, oprichter van startupkolonie The Big Building en Engelsman, benadrukt dat de verschillende talen en culturen vaak een belemmering vormen. En dat wordt soms nog wel eens onderschat. „Veel startups en mkb- bedrijven denken bijvoorbeeld dat België een gemakkelijke stap over de grens is. Dezelfde taal, dezelfde cultuur. ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ denken ze. Wrong! De realiteit is dat België drie hoofdtalen heeft – Vlaams, Frans en Engels. Bovendien verschillen de culturen tussen Brussel, het noorden en het zuiden van het land.”

„Juist dat soort dingen moet je weten voordat je de grens over gaat”, stelt Han Smidt, werkzaam bij Flynth Duitsland | Holland desk en lid van Exportclub Drenthe. „Je moet je verdiepen in de cultuur van het land waar je heen gaat. Tegelijk is het ook goed om te onderzoeken hoe de mensen daar naar jou kijken. Als we even bij België blijven: dat was het moeilijkste land waar ik zaken mee heb gedaan. Waar wij in Nederland na vijf jaar zakendoen de andere partij mee uit eten nemen, moet je in België eerst vijf keer uit eten voordat je zaken kunt doen. Dat is een groot verschil.”

Obstakel 2

Wet- en regelgeving

Hoewel de handelsbarrières tussen de EU-landen er niet meer zijn, wordt de wet- en regelgeving volgens Stuut door veel ondernemers nog wel als een obstakel gezien. „Landen proberen hun eigen producten te beschermen door hoge importheffingen op te leggen. Als je bij binnenkomst van een land nog een keer dertig tot veertig procent moet bijbetalen, ben je direct niet concurrerend meer. Het bekende protectionisme.” Smidt: „Buitenlandse bouwbedrijven kunnen hier zo aan de slag, maar Nederlandse bouwbedrijven moeten enorme papiermassa’s door voor ze de Duitse grens over kunnen.”

‘België is het moeilijkste land waar ik zaken heb gedaan’

Maar het is meer dan dat, zo vindt Stevens. Er zijn ook andere ‘regels’. „Duitsland heeft bijvoorbeeld een veel striktere kijk op privacy- en data-regelingen. Hun burgers zijn zich terdege bewust van hun rechten. Een website zonder de juiste ‘Impressum’-gegevens voor de Duitse markt zal niet tot verkopen leiden.”

Hij vervolgt: „Vanuit een iets ander perspectief: in het Verenigd Koninkrijk is het vereiste niveau van klantenservice veel groter dan in Nederland. Snelle responstijden voor e-mails, telefoontjes en social media zijn de norm. En hiermee komen we weer dichtbij de cultuurverschillen.”

Obstakel 3

Financiën en de juiste mensen

„Hier kan ik vrij kort over zijn”, geeft Smidt aan. „Hoe je het ook wendt of keert, exporteren kost tijd en geld. Niet alleen exporteren trouwens. Naar het buitenland gaan überhaupt. Je moet op reis. Die tijd ben je dus niet op de zaak. Voldoende geldmiddelen is een kritieke factor in dit geval. Sommige ondernemers vinden het een te hoge drempel om een lening aan te gaan. Of ze hebben te weinig kennis over hoe ze het beste kunnen investeren. Dat zorgt weer voor een obstakel.”

Stuut: „Je moet er geld en energie insteken. Een vraag die vaak gesteld wordt, en op dat moment direct een barrière vormt, is: Hoe ga ik het voorfinancieren? Dus hoe regelen we de exportfinanciering? Maar net zoals de financiële middelen er moeten zijn, geldt dat ook voor gekwalificeerde mensen. Bij je eigen bedrijf en in het buitenland. Is jouw personeel er wel op gericht om naar het buitenland te gaan? Dat begint al bij je telefoniste. Zijn de twee talen die zij spreekt genoeg? Daarnaast moet je een goede partner hebben over de grens. Als jij naar Rusland wilt exporteren, moet je zorgen dat je een lokale Rus hebt als partner. Als je denkt dat je het zelf kan doen, wordt het trekken aan een dood paard. De juiste mensen hebben en vinden is noodzaak.”

Stevens vult aan: „En daar is hulp voor beschikbaar, maar te weinig mensen realiseren zich dat. Of het nou van bedrijven is die recentelijk de stap over de grens hebben gezet of van de handelsafdeling van de Nederlandse ambassade: er is heel veel informatie. Doe onderzoek, vraag referenties van bedrijven die zaken doen met jouw potentiële partners. Hulp vragen is het moeilijkste voor ondernemers, het gaat tegen hun natuur in. En wellicht is dat wel het grootste obstakel.”

Illustratie: Job van der Molen


Dit artikel verscheen op donderdag 12 april 2018 in ons magazine NoordZ. Magazine nabestellen?

Jasper de Vries (Journalist)

Jasper de Vries (Journalist)

Geplaatst op: 17 april 2018

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *