Noordelijke ondernemers zien te veel beren en grenzen

Noordelijke ondernemers zien te veel beren en grenzen

Noordelijke ondernemers zien te veel beren en grenzen

Zijn we hier in het Noorden meer naar binnen gekeerd, ingetogener, berekenender, sneller blij met een goede buur dan een verre vriend? Het zou kunnen. Noem het de suikerbroodmentaliteit.

‘De Friesche mensch is over het algemeen ‘ynbânnich’, ingetogen, beheerscht; zijn oog is meer naar binnen dan naar buiten gericht.’ J.P.Wiersma schreef dat in 1938 in het werk De Nederlandsche volkskarakters. Dat was tachtig jaar geleden. Maar kan het zijn dat we nog van die kenmerken terugzien in ondernemend Noord-Nederland anno nu?

In hetzelfde boek schreef Anne de Vries over de Drent: ‘Hij kan niet zonder buren en zonder ‘noaberplichten’. Een goede buur is voor hem zeker meer dan een verre vriend, hij is in zijn verbeelding voorwaarde van bestaan.’

En K. ter Laan over de Groningers: ‘Zelfstandigheid van karakter en lust in het werk leiden er als vanzelf toe, dat een Groninger zin heeft in ondernemingen. Bij voorkeur niet in ’t wilde weg, maar eerst goed overdacht en als ’t kan, berekend. Hij zal niet licht de eerste zijn, om met een vliegtuig de Grote Oceaan over te steken; hij moet de overtuiging hebben, dat de onderneming zin en nut heeft.’

Suikerbroodmentaliteit

Zijn we hier in het Noorden meer naar binnen gekeerd, ingetogener, berekenender, sneller blij met een goede buur dan een verre vriend? Het zou kunnen. Noem het de suikerbroodmentaliteit (een woord waaronder Microsoft geen rode streep trekt trouwens), noem het een ingesleten gebrek aan furieuze ambitie, vat het samen met de zin: ‘even kijken hoe het loopt.’

Hoe het ook zij: de cijfers tonen jaar in jaar uit dat Noord-Nederland minder internationaal gericht is als het gaat om handel en bedrijvigheid dan de rest van Nederland. Zeker onder MKB’ers. Dat ondanks alle clubs, potjes, verbanden, stichtingen en instellingen die er iets aan willen veranderen. Natuurlijk, het aantal internationaal gerichte bedrijven in ons landsdeel is talrijk. Maar zat pareltjes beperken zich tot de nationale markt. Zonde. Toch?

Friesland en Drenthe focussen op binnenlandse markt

Jazeker, vindt Diederich Bakker. De lector International Business aan de Hanzehogeschool in Groningen deed jarenlang studie naar het hoe en waarom van dit ‘achterblijven’ van Noord-Nederland. Maar vooral het ‘waarom’ is ongelooflijk moeilijk te achterhalen. ,,Wat uit veel onderzoeken blijkt, is dat er in Noord-Nederland een sterke focus is op de interne markt. Dat geldt voor Friesland en Drenthe overigens meer dan voor Groningen. In heel Nederland zie je dat provincies die aan de grens liggen als natuurlijk meer buitenlandse handel doen. Maar Drenthe en ook Groningen zijn daarin uitzondering. Dat is echt opvallend ja. Wij zijn hier wel goed in indirecte export. We bouwen onderdelen die via bedrijven in andere provincies de grens over gaan. Daar zijn dus ook de marges.’’

Maar hoe komt het? Is het de suikerbroodmentaliteit, het navelstaren, het eilandgevoel in het Noorden? De Duitser Bakker weet het ook niet precies. ,,Ik kan me wel voorstellen dat culturele aspecten meespelen. Bescheidenheid, de wil om dingen zelf en onderling te regelen, graag blijven waar je zit, dat soort dingen. Ik heb er geen bewijzen voor, maar het moet érgens vandaan komen.’’

Besmet

Kan het zijn dat de relatief lage bedrijfsdichtheid er iets mee te maken heeft? Lennard Drogendijk, oprichter van netwerkclub Business Development Friesland en coach van Inqubator Leeuwarden denkt dat dat zou kunnen. ,,Je wordt besmet door je omgeving. Als je in de randstad opereert te midden van allemaal bedrijven die internationaal zaken doen, dan ga je het makkelijker zelf ook doen.’’

Voorbeelden dus. Die moet je hebben. En voorbeelden zijn er heus genoeg, ook in ons landsdeel. Zij zijn volgens velen de sleutel in het verhogen van de internationaliseringscijfers. Laat de mensen die ervaring hebben in het buitenland hun verhaal vertellen, ondernemers die de voordelen kennen en de moeilijkheden, die zelf hebben geworsteld met de vraag of ze de stap over de grens moesten maken. Dát helpt. Maar het begint natuurlijk wel bij de wil van individuele ondernemers om op zo’n lezing af te komen.

Drogendijk: ,,Die wil is een interessant aspect. Wij komen regelmatig tegen dat ondernemers dachten dat ze er geen behoefte aan hadden, ondernemers die te veel beren op de weg zien. Maar als ze dan horen dat het best te doen is en veel oplevert, dan blijken ze opeens wél te willen. Dat is de uitdaging voor alle instanties die zich met dit thema bezig houden: zorgen dat de ondernemers weten wat er is en kan.’’

Tijdgebrek is excuus

Voorzitter van VNO-NCW Noord Alfred Welink zit ook op die lijn. ,,Ik zie zat bedrijven die de stap naar het buitenland zouden kunnen maken, maar het niet doen. Tijdgebrek is meestal het excuus. Dat geldt natuurlijk zeker voor MKB’ers. Die zijn druk met de dagelijkse gang van zaken en zien geen ruimte om over het veranderen van hun business na te denken. Of ze vermoeden dat het te lastig is. Hoor ik ook.’’

Welink heeft een plan. ,,Wat ik wil is een high class organiseren. We hebben in het Noorden prachtige bedrijven die in ongelooflijk veel landen actief zijn. Hoe mooi zou het zijn als zij hun kennis willen delen met ondernemers die nog twijfelen, of die gewoon meer willen weten? Ondernemers willen het liefst bijgepraat worden door collega-ondernemers, niet door consultants.’’

Diederich Bakker

Diederich Bakker

Buitenlandse handel goed voor balans

Hoe zaligmakend is internationalisering eigenlijk? Tevree is toch ook mooi? ,,Twee dingen daarover’’, zegt Diederich Bakker. ,,Ten eerste: uit alle cijfers blijkt dat handel in het buitenland goed is voor de balans van een bedrijf. Maar nog belangrijker: bewezen is ook dat het de innovatie ten goede komt. Door het contact met andere mensen en denkbeelden, andere werkwijzen, andere producten, andere markten.’’

Krimpgebied Noord-Nederland

,,Maar net zo belangrijk is dat we in Noord-Nederland in een krimpgebied zitten. Dat betekent simpelweg dat als je wilt groeien als bedrijf, blijven kijken naar je eigen omgeving op den duur niet helpt. Daarom verbaast het mij zo dat heel veel van die prachtige startups in vooral Groningen als eerste kijken naar Amsterdam. Waarom niet Oldenburg, of Bremen? Dichterbij en ook echte startup-scenes.’’

Als ondernemer kom je op zeker moment op een tweesprong in je streven naar bestendige groei. Je kunt twee dingen doen. Ofwel lokaal, regionaal of landelijk blijven kijken en je aanbod uitbreiden, ofwel je aanbod over de grens vermarkten. Dat laatste is wat Podoblock in Tynaarlo deed. Een typisch voorbeeld van een bedrijf dat klein begon, natuurlijk groeide, maar heel bewust de grens overstak.

,,Wie echt wil kan goede voorbeelden vinden. Wie echt wil durft en probeert het gewoon.”

Podoblock werd tien jaar geleden opgericht door Alex Berends en de vorig jaar overleden Nico Gorter. Zij, allebei werkzaam in de wereld van paardenartsen, bedachten hulpstukken om het maken van röntgenfoto’s bij paarden te vergemakkelijken. De eerste producten gingen naar lokale veeartsen. Nu heeft het bedrijf een tweede vestiging in Florida en is het actief in vijftig landen.

Kofferbakverkoop

,,Onze producten waren meteen zo gewild, dat we na een half jaar heel Nederland voorzien hadden. Dus reden we met onze kofferbak vol door naar België en later Duitsland. Omdat het logisch was. Ik weet nog dat we een belletje van de leasemaatschappij kregen waar we in godsnaam mee bezig waren. We reden 100.000 kilometer in een jaar.’’

Verder dan Duitsland konden de twee niet gaan. Want intussen moesten ze hun producten ook nog gewoon zelf maken. ,,We hadden ons assortiment kunnen uitbreiden. Daar hebben we het over gehad. Maar we zijn bewust voor een verdere verspreiding van wat we hadden gegaan. Succesvolle producten, die overal in de wereld gewild moeten zijn. We zijn gestopt met de kofferbakverkoop en richtten ons op beurzen en agenten. Toen ging het heel hard. Moeilijk? Helemaal niet, zeker niet in de EU. Ik vind het ook fijn dynamisch. We zijn altijd bezig landen uit te kiezen waar we nog beter vertegenwoordigd willen zijn.’’

Durven

Dat soort voorbeelden dus. Die moeten de noordelijke ondernemers die tot de grens denken over de streep trekken. Wie echt wil, kan naar tal van loketten voor informatie over alles waar een internationaal opererend ondernemer tegenaan loopt. Enterprise Europe Network North bijvoorbeeld, Eems Dollard Regio, KvK en nog veel meer. Wie echt wil kan goede voorbeelden vinden. Wie echt wil durft en probeert het gewoon.

Diederich Bakker

Diederich Bakker

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fotografie: Pepijn van den Broeke


Dit artikel verscheen op donderdag 12 april 2018 in ons magazine NoordZ. Magazine nabestellen?

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Geplaatst op: 16 april 2018

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *