Een chef groei tekent de ambitie

Een chef groei tekent de ambitie

Een chef groei tekent de ambitie

Noord-Nederland telt een serie onwaarschijnlijke groeiers, vooral in het digitale domein. Maar doen we het in de breedte ook goed? Een aantal visies op het noordelijke groeiklimaat.

Voor Sander Oosterhof is het een uitgemaakte zaak: Noord-Nederland is een perfecte plaats om een bedrijf tot buitensporige groeiprestaties aan te dwingen. Maar nu is Oosterhof als plaatsvervangend directeur van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM) natuurlijk wel wat vooringenomen. Dus gaat het om argumenten.

Oosterhof wijst er eerst op dat er naast online-veilinghuis Catawiki veel meer partijen zijn die het extreem goed doen. „Noord-Nederland is een uitstekende regio om te groeien”, vindt hij. En hij somt enige oorzaken op: „Allereerst heb je dynamiek nodig, een bruisende stad zoals Groningen waar veel talent rondloopt. Daarnaast is Noord-Nederland betaalbaar. In vergelijking met Amsterdam is het hier allemaal erg goedkoop. Ook qua salaris.”

Snelle groeiers

Noord-Nederland kent een serie ongewoon snelle groeiers. Neem het al genoemde Catawiki in Assen dat in 2016 het onwaarschijnlijke groeipercentage van 46.000 haalde. Of VoipGrid en Athleteshop die dit jaar achtereenvolgens 2216 en 972 procent lieten noteren. Het lijken wel beurskoersen.

De vraag rijst of er in Noord-Nederland iets in de lucht hangt dat dergelijke groeicijfers mogelijk maakt. Is het de waddenlucht? Of is het gewoon ambitie. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat die cijfers van digitale snelheidsmaniakken als Catawiki het zicht op de werkelijkheid wegnemen.

Neem de lifescience. Een dikke vijftien jaar geleden was Groningen de top in Nederland, tegenwoordig heeft het niet eens zicht meer op nationale koploper Leiden. Een inmiddels overleden biotech-ondernemer verklapte eens dat het met gebrek aan ambitie in Noord-Nederland heeft te maken: hier zijn we tevreden met 40 procent groei, in Leiden is 100 procent nog te weinig. En, voegde hij eraan toe, de economie in Noord-Nederland is dunner waardoor er minder partijen zijn die elkaar opnaaien.

Volgens Koos Koops, rentenierend biotech-ondernemer (Xendo) en tegenwoordig beheerder van investeringsfonds Carduso, zijn er andere redenen waarom Leiden zo is weggespurt van Groningen. „In Leiden landde een bedrijf als Centocor met 400 man en daar had je ook nog Pharming”, blikt hij terug. „Als het bij Centocor even minder ging vlogen er zo 200 man uit. Maar die gingen weer bij andere bedrijven in de regio werken. Die mensen brachten bij andere bedrijven hun specifieke ervaring en kennis in zodat die weer verder konden groeien. Er is daar een ongewoon grote dynamiek van mensen die steeds bij andere bedrijven werken. Dat is niet slecht voor de ontwikkeling.”

Groei is geen toeval

Zo’n ontwikkeling hebben we in Noord-Nederland gemist, vindt hij. Er zijn in Noord-Nederland voldoende capabele mensen, beklemtoont Koops, maar Leiden trok mensen van grote Amerikaanse biotechbedrijven als Genzyme en Genentech. „Die wisten hoe ze een business moesten runnen. We hebben hier ook best grote bedrijven, die ook flink groeien. Er zijn wel degelijk succesverhalen.”

Laat één ding duidelijk zijn: groei is geen toeval meer, groei is een doel. Twintig jaar geleden gebeurde het nog wel eens dat een bedrijf overvallen werd door succes, maar dat is tegenwoordig ondenkbaar. Er is zo veel kennis over markten en marktbewerking dat groei geen verrassing meer is. Hooguit is het een onwelkome verrassing dat de geplande groei het laat afweten.

Een bedrijf als Holthausen (waterstof) heeft bijvoorbeeld een echte ‘growth hacker’, iemand die net zo lang met beleid kapt, hakt en houwt tot hij of zij het groeipad heeft gevonden. Dat is Rik Ruiter die recent in een interview aan nationaleberoepengids.nl uitlegde dat hij ‘Head of Growth’ is, ofwel chef groei. En die heeft maar één doel, vertelt Ruiter: het vinden van de meest effectieve en efficiënte manier om business te laten groeien en die groei te behouden.

Ik voel me af en toe iemand met een gietertje boven een bloeiende akker

Het is niet zomaar een functie. Want het is manoeuvreren tussen bizar hoge eisen en tegenstribbelende werknemers, als het tenminste om een al langer bestaand bedrijf gaat zoals Holthausen. Ruiter adviseert dat groei om ‘doen’ gaat, maar: „Bereid je ook voor op weerstand. Leer sterk in je schoenen te staan tegenover management, maar ook tegenover je collega’s. Om groei te creëren ben je constant op zoek naar verandering. Niet iedereen houdt van deze verandering en voelt zich bedreigd. Leer daarom niet alleen met systemen en marketinggereedschap om te gaan, maar ook met mensen.”
Er zijn veel factoren die helpen bij groei. Laten we even stapsgewijs wat thema’s aflopen die in van de groei staan, zoals personeel, geld (investeerder en subsidie), concurrentie en ambitie.

De rol van geld

Over geld wordt verschillend geoordeeld. Marco de Jong, eigenaar van theFactor.e en beheerder van het online-fonds G-Force, constateert dat er hier ‘geen al te rijk investeringsklimaat’ is. „Er zijn te weinig investeerders. Ik merk het bij G-Force. Ik voel me af en toe iemand met een gietertje boven een bloeiende akker.”

Een partij als Athleteshop heeft geen klagen, maar daar werken ze al zeven jaar met een investeerder. „En die gebruiken we ook als klankbord”, zegt operationeel directeur Ringer Solinger. „Zo iemand is ook belangrijk bij groei, want die heeft alle problemen die we tegenkomen zelf al eens meegemaakt. Het maakt dat je blijft doen waar je goed in bent, je blijft goed bij de les.”

Voor Herbo GroenLeven in Heerenveen (zonnepanelen) is geld helemaal geen probleem. ABN Amro helpt, maar, zo zegt mede-eigenaar en mede-oprichter Sytse Bouwer: „Duurzaamheid heeft natuurlijk een geweldige aaibaarheidsfactor. Daar is wel geld voor te krijgen.” Hij en mede-eigenaar Hans van den Brug stoppen er ook eigen geld in.

Subsidie is er overigens meer dan voldoende in Noord-Nederland, oordelen de partijen. „Er is misschien wel te veel”, stelt Sander Oosterhof vast. „En ach, er is ook een oud gezegde over subsidie: ‘Wie met z’n gezicht naar de subsidies staat, staat tegelijk met z’n rug naar de markt’.”

Volgens Koops zijn vooral investeerders van groot belang. „Al kan een subsidie wel helpen een investeerder over de streep te trekken.” En hij vervolgt: „Een investeerder zit er doorgaans bovenop en wil weten wat er met zijn geld gebeurt. Als een project met subsidie mislukt, is het achteraf – wat gechargeerd – vaak: jammer dan. Een investeerder zorgt voor meer druk, controle en sturing.”

Groot denken

De beschikbaarheid van personeel verschilt. Bij Herbo bieden de mensen zich zelf aan, zegt Bouwer, in de IT blijft het lastig. „Maar het is hier minder slecht dan in de randstad”, vindt De Jong. Wat Koops betreft moet er meer gedaan worden om talenten voor Noord-Nederland te behouden.

Regionale concurrentie drijft niet tot hogere prestaties is het algemene gevoel. Bouwer van Herbo GroenLeven: „Wij kijken zelfs niet eens naar concurrenten. We volgen ons eigen plan. Het is ook niet zo dat wij heel specifiek op groei sturen, maar als je het in onze markt goed doet gaat het automatisch al snel. Volume brengt wel het voordeel prijs en vooral kwaliteit. Je kunt eer eisen.”

Bij Athleteshop varen ze ook al een eigen koers. Groei staat voorop, het bedrijf wil een topper in Europa zijn. De ambities zijn immens. Daar zal het niet aan liggen. Ringer Solinger: „Je moet heel groot denken als je wilt groeien. We zitten regelmatig bij elkaar voor zowel de lange als korte termijn. En binnen die plannen zijn we heel flexibel. Je moet kunnen schakelen.”

Solinger wijst dan even op de brexit om aan te geven dat niet alles valt te plannen en te voorzien. Athleteshop heeft daar flink moeten inleveren door het in koers gekelder- de pond. Solinger: „Het is aantrekkelijk daar wat te kopen, maar voor de Engelsen is hier kopen best duur geworden. Hoe je op zoiets reageert? In elk geval niet door bij de pakken neer te zitten. Je moet door.”

Marco de Jong stelt nog dat je bij groei ook klanten uit de Randstad wilt. „Maar die klanten willen niet altijd naar Groningen komen”, weet hij, „daarom hebben we van theFactor.e al heel lang een kantoor in Amsterdam. In de aanbestedingsvoorwaarden zet zo’n klant dan dat we op een half uur bereikbaar moeten zijn. Dat is lastig vanuit Groningen. Waarom ze dat zo formuleren? Men wil daar dat het personeel niet te veel tijd aan reizen kwijt is.”


Dit artikel verscheen op donderdag 14 december 2017 in ons magazine NoordZ. Magazine nabestellen?

Bouke Nielsen (Journalist)

Bouke Nielsen (Journalist)

Geplaatst op: 10 januari 2018

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *