Net een kind, eens laat je het los

Net een kind, eens laat je het los

Net een kind, eens laat je het los

Opeens weet je het: ik word aandeelhouder en technisch adviseur van de onderneming die ik zelf opzette. Ergens op de weg tussen de oprichting en de grote groei van een bedrijf, verandert de rol van de ondernemer. Toch?

Hatzee. De onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, een bescheiden flesje bubbels wordt opengetrokken. Het leven van de ondernemer gaat van start. Stormachtig, ruig, alle kanten op slingerend. Dapper pakt de ondernemer alles aan, wedt op verschillende paarden, zet veel aan de kant. Alles om het goede idee om te zetten in een levenslustige onderneming.

Maar wat de meeste ondernemers dan nog niet weten, is dat ze – als het goed is – hard op weg zijn om zichzelf overbodig te maken. „Dat is in wezen de grote valkuil, dat beginnende ondernemers te lang denken dat het om hen draait”, vertelt Edwin Kuipers. Hij richtte elf jaar geleden in Groningen Crowdynews op. „Maar als je met wat afstand kijkt, is wat je doet niets anders dan een onderneming maken, waar uiteindelijk gewoon een directeur op zit en die zonder jou gewoon doordraait.” Een zelfdestructieve hobby dus, een onderneming beginnen. Als je het goed doet, kan je bedrijf zonder je. Als je het niet goed doet, blijf je belangrijk. Maar gaat dat ten koste van je onderneming óf ga je er zelf aan onderdoor.

In wezen zijn er twee keuzes. Je gaat blind door met waar je mee begonnen bent ,of je pakt de helikopter en kijkt naar je eigen positie binnen je bedrijf. Hoewel de term ‘keuzes’ klinkt als een weloverwogen beslissing, is dat in de praktijk bijna nooit zo. Het moment dat je in de spiegel kijkt en ziet dat je een andere pet draagt dan vroeger, overkomt je. Meestal.

Dat moment is niet zomaar te pinpointen. Catawiki-oprichter René Schoenmakers bijvoorbeeld realiseerde het zich op een moment. „Dat was anderhalf jaar geleden zo’n beetje, toen we over de grens van 500 medewerkers gingen. Ik dacht: verdorie, ik ben meer een manager geworden dan een ondernemer. In alle bescheidenheid zeg ik dat ik dat managen best goed kan, maar het is niet waar mijn hart ligt. Ook omdat we alles goed op de rit hadden staan en het bedrijf in steeds meer landen succesvol wist te worden, besloot ik samen met compagnon Marco Jansen om een goede manager naar voren te schuiven.”

Voor Mark Vletter, oprichter van Voys, viel het kwartje dat zijn functie was veranderd toen hij met een collega sprak. „Hij zei tegen me: ‘Mooi wat je zegt, maar het raakt mijn werkzaamheden niet’. Ja, dan weet je dat het bedrijf zo groot is gegroeid dat je niet meer overal grip op hebt. En dat is maar goed ook. Je onderneming is groter dan jijzelf. Als je te lang denkt dat je in alles de kar moet trekken, dan gaat je eigen functioneren op zeker moment de ontwikkeling van je bedrijf tegenhouden.”

HackerOne is ook zo’n groeiverhaal. Uit de grond getrokken door Drachtsters Michiel Prins en Jobert Abma, nu een megabedrijf in San Francisco. „Je rol verandert in de begintijd voortdurend, omdat je alles in het werk stelt om te groeien, om succes te hebben. Maar wat ik vanaf dag één al wist is: mijn kwaliteiten liggen niet in management, dus zodra het kan, moeten we iemand aannemen die daar veel beter in is.”

Alfred Welink, oprichter van DGA Next én ondernemercoach, ziet ze voorbijkomen, de ondernemers die lang blijven doorgaan met waarmee ze begonnen. Te lang soms. „Wat vaak fout gaat, is dat startende ondernemers alleen maar bezig zijn met de groei van hun bedrijf, terwijl ze meer aandacht zouden moeten hebben voor het aannemen van de juiste mensen. Je kunt nu eenmaal niet in alles goed zijn. Het gevaar is dat je alle gaten gaat dichtlopen, je een slag in het rond werkt, terwijl iemand anders dat veel beter zou kunnen en het schip beter op koers kan houden.”

Klinkt het logisch? Natuurlijk. Maar eenvoudig is het meestal niet. Je laat in wezen je eigen kindje een beetje los, alles waar je al die jaren zo hard voor gewerkt hebt. De onderneming die je lief is, die je van een identiteit voorziet. Dat doen de meeste ondernemers dus ook niet, helemaal loslaten. Voorbeelden zat van entrepreneurs die hun bedrijf verkopen natuurlijk, maar dat doen ze meestal nog voordat de startup een scale up geworden is.

Nee, een positie binnen het bedrijf, hoe klein ook, is vaak het streven. René Schoenmakers droeg de dagelijkse leiding over en werd niet-uitvoerend bestuurder in de zogenaamde ‘board’ waar ook de belangrijkste investeerders in zitten. „Natuurlijk, het is mijn kindje, maar dat is achttien geworden, zeg maar. Het kan op eigen benen staan. Maar helemaal loslaten? Nee, dat doe je bij kinderen niet. Kan ik me niet voorstellen.”

Edwin Kuipers heeft een zelfde soort pad bewandeld. „Aandeelhouder blijf ik, maar ik ben ook technisch adviseur. Het moment waarop die verandering kwam, had overigens vooral met externe invloeden te maken. Een nieuwe financieringsronde bracht nieuwe commissarissen mee. En dan komt automatisch de vraag: hoeveel rek zit er nog in mij? Ben ik de juiste persoon om het bedrijf nog harder te laten groeien? Misschien niet dus. Goede starters zijn niet per se de beste uitbouwers.”

Het kan ook anders. Jobert Abma heeft helemaal geen afstand genomen van zijn bedrijf. Integendeel. „In wezen doe ik niet veel anders dan wat ik in de begintijd deed. Ik weet waar mijn toegevoegde waarde ligt en zet die in op de plekken waar het nodig is. Dat kan, omdat we op tijd de juiste mensen hebben aangenomen. Elk bedrijf heeft goede leiding nodig. Dus moet je iemand vinden die dat veel beter kan dan jijzelf.”

Wat Mark Vletter doet, is vergelijkbaar. „Het duurde wel even voordat ik geleerd had wat ik moest hoor. Op zeker moment was ik gaten aan het dichtfietsen, projecten die bleven liggen aan het oppakken. Dat houd je op den duur niet vol, vooral omdat veel facetten van je werk geen geluk brengen. Maar het is je bedrijf, je groeit mee. Nee, hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik weinig weet. Ik heb me gerealiseerd dat ik andere mensen de ruimte moet geven, ervoor moet zorgen dat zij hun werk kunnen doen. Ik ben druk met van alles eromheen, met mensen spreken vooral.”

De hamvraag: hoe zorg je ervoor dat je bijtijds in de gaten hebt dat je je eigen rol moet aanpassen, dat je moet doen waar je goed in bent, dat je bedrijf geen synoniem is voor jijzelf? Door de helikopter te pakken. Maar – uitzonderingen daargelaten – je hebt wel iemand nodig die je even naar het vliegveld brengt. Een partner, een goede vriend, een coach. En wie echt bij de pinken is, trekt tijdig capabele commissarissen aan.

Alfred Welink: „Ik heb zelf ook al heel lang een coach. Heb ik gewoon nodig om de juiste richting in te blijven kijken. Vergelijk het met een voetbalwedstrijd. Een goede coach laat je inzien dat je de bal te vaak over links speelt. Of dat de verdediging een keer mee naar voren moet. In de roerige beginfase van een startup sta je zelf midden op het veld. En dan zie je het dus niet.”

Vletter onderstreept dat. „Het gaat er vooral om dat je kwetsbaar bent, openstaat voor kritiek. Je eerste werknemer kan je ook als een soort coach helpen. Daarom zeg ik altijd: zorg ervoor dat de eerste die je aanneemt iemand is die een diametraal tegenovergesteld karakter en eigenschappen heeft.”

Het aantrekken van commissarissen die je écht een spiegel voorhouden is iets waar startende ondernemers niet snel aan denken. Als er commissarissen komen, dan worden die er vaak neergezet door een partij die een financiële injectie doet en een soort controle wil houden. Toch is het heel verstandig om goed na te denken over die adviserende rollen. Welink: „Kijk naar Jumbo. Oprichter Frits van Eerd begon heel klein, maar vroeg meteen de juiste mensen in die posities. En nu heeft hij een megabedrijf neergezet. Hij heeft geluisterd, gespiegeld, en doet waar hij goed in is.”

„Dat heb ik wel geleerd ja. Het was zo’n beetje het eerste wat ik deed toen ik mijn nieuwe bedrijf Imagine Run oprichtte”, vertelt Edwin Kuipers. „Goede commissarissen neerzetten is essentieel. Juist om te voorkomen dat je te lang doorgaat met zelf de kar trekken, terwijl het om je onderneming gaat. Niet om jou.”

Illustratie: Job van der Molen


Dit artikel verscheen op donderdag 14 december 2017 in ons magazine NoordZ. Magazine nabestellen?

 

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Geplaatst op: 9 januari 2018

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *