Als ik ... was: ‘Dan zou ik initiatieven als Top Dutch stimuleren’

Als ik … was: ‘Dan zou ik initiatieven als Top Dutch stimuleren’

Als ik … was: ‘Dan zou ik initiatieven als Top Dutch stimuleren’

In de kroeg, aan de eettafel, in de kleedkamer. Je hoort het overal wel eens. ‘Als ik de baas was, dan zou ik het heel anders doen.’ Interessant, maar wij van NoordZ willen wel eens weten wat en hoe dan. En daarvoor is deze rubriek in het leven geroepen. Om die kroegpraat van een fundament te voorzien.

Als ik Sigrid Kaag was…

Evert Jan Schouwstra
Directeur van het World Trade Center Noord-Nederland

„Als minister van Buitenlandse Handel zou ik het wel weten. Ik zou er alles aan doen om Nederland op de kaart te zetten als land waar je prachtig zaken kunt doen, waar waargemaakt wordt wat beloofd is. Wij zijn een land waarin je je vertrouwen kunt leggen. Zo.

Daar hoort bij dat we meer trots uitstralen. Onze dienstverlening staat in de hele wereld op een hoog niveau. Maar ook de Nederlandse maakindustrie is iets om fier op te zijn. Zeker ook in Noord-­Nederland mag dat nog wel wat beter beseft worden. In de randstad slaan ze toch wat makkelijker op de trom dan in het Noorden. Of neem een Amerikaan. Die zal uitsluitend vertellen over de dingen die hij goed doet, laat dat anderen weten en is daar trots op.

Dus moet ik als minister niet alleen heel blij zijn met initiatieven als Top Dutch, maar ze ook stimuleren. Briljant, zo’n brutaal initiatief vanuit de ondernemers zelf. Dat zij zelf de kar trekken om een landsdeel, in dit geval Noord-Nederland uit te dragen, om een bedrijf als Tesla voor hun regio te interesseren, dat is fantastisch. Als minister sta ik daar vierkant achter en stimuleer ik dat meer groepen ondernemers dat voorbeeld volgen.

Dat wij in de wereld een goede naam hebben, en door dit beleid nog meer krijgen, moeten we uitbuiten. Bedrijven die het al doen, weten het: export, internationale handel brengt heel veel. Een bedrijf met een betere basis, groter afzetgebied, hogere marges, innovatiever, en dat gemakkelijker personeel vindt. Kortom een bedrijf met een beter toekomstperspectief. Ik zou het als mijn taak zien om die wetenschap te delen met alle bedrijven die zich door onze landsgrenzen laten tegenhouden.

Daarmee wil ik niet opleggen dat bedrijven de internationale markt opgaan. Ik wil alleen de tools aanreiken, zodat ze zelf een goede afweging kunnen maken, zodat ze kunnen zien wat het ze brengt. En dit is iets wat in Noord­-Nederland speciale aandacht vereist. Landelijk doet meer dan 10 procent van de bedrijven aan buitenlandse handel. In het Noorden blijft dat cijfer op net iets meer dan acht steken. Werk aan de winkel!

Daar is een schone taak voor het ministerie weggelegd. Hoe zorg je ervoor dat ondernemers de binnenlandse markt mooi genoeg vinden? Door te laten zien wat verder kijken hen brengt. Goede voorbeelden geven, precies laten zien wat kan en hoe het werkt. Het zijn uiteindelijk individuele ondernemers die wel of niet bepalen dat hun bedrijf de grens over gaat. Die moeten we dus bereiken.

Weet je wat het mooie van deze ministersfunctie is? Zij is gecombineerd met die van minister van Ontwikkelingssamenwerking. Dat is mooi, want ik vind dat we meer moeten doen wat onze oosterburen doen: vooraan staan in opkomende landen. Als je er snel bij bent, dan help je niet alleen de bevolking daar, maar ook het bedrijfsleven hier. Kansen zien en pakken dus.”

Fotografie: Pepijn van den Broeke


Dit artikel verscheen op donderdag 16 november 2017 in ons magazine NoordZ. Magazine nabestellen?

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Jean Paul-Taffijn (Journalist)

Geplaatst op: 5 december 2017

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *