Artiest Arnold Veeman: ‘Ik blijf altijd dicht bij mezelf’

Artiest Arnold Veeman: ‘Ik blijf altijd dicht bij mezelf’

Artiest Arnold Veeman: ‘Ik blijf altijd dicht bij mezelf’

Het publiek kent hem als vertolker van overwegend Gronings repertoire. Maar achter de artiest Arnold Veeman (44) gaat ook een ondernemer schuil. Zijn broodwinning: componeren, orkestreren, cd’s maken en verkopen, maar bovenal concerten geven.

Goed leven?

Of hij er goed van kan leven? Hij lacht. ,,Wat is goed leven? Ik kan mijn hypotheek betalen, eten, af en toe een beetje investeren in nieuwe software of spullen. We hebben het niet breed. Maar dat interesseert me ook niets. Het is mijn ambitie om op deze manier te leven. Ik ben er trots op dat het me lukt.”

Veeman verwierf in het Noorden grote bekendheid met het succesnummer Mien lutje laif. Hij bracht vijf cd’s uit en was succesvol als componist van de musical Bommen Berend. De Groninger met Surinaamse roots stond centraal in de documentaire Mijn broer Arnold, gemaakt door zijn stiefbroer Piet Hein van der Hoek.

Hij woont en werkt met zijn partner, kunstenares Maria Madelon van Velthoven, sinds elf jaar in een voormalige school in Kloosterburen. Zij heeft er haar atelier, geeft er workshops en verkoopt er haar schilderijen. Hij neemt er in zijn studio cd’s op, schrijft in opdracht muziekstukken en maakt orkestraties. Hij treedt – ruwweg – 40 tot 50 keer per jaar op. ,,Dat kan in een zaal zijn, maar ook in de heel intieme setting van een huiskamerconcert. Na een optreden verkoop je vaak wel tien tot vijftien cd’s. Dat zijn ook belangrijke inkomsten.”

Relativeren

Het is denkbaar dat ook Veeman last heeft gehad van de economische crisis, bijvoorbeeld doordat minder mensen naar zijn concerten kwamen. Hij relativeert dat. ,,Ik sprak tijdens een informele ontmoeting de koning”, vertelt de musicus. ,,Die vroeg mij ook of ik van de economische crisis last had gehad. Ik denk dan: Waar maakt iedereen zich zo druk over? Ik blijf altijd dicht bij mezelf en hou vast aan kwaliteit. Dat vindt het publiek interessant aan mij. Daarmee hou ik die mensen hun aandacht vast. Dat geeft ook zekerheid. Ik ben niet afhankelijk van een kort succes door een optreden bij De Wereld Draait Door of doordat ik ineens een danceplaat maak.”

Hinderlijk

De economische crisis had voor hem wel een hinderlijk aspect. Hij klaagt over de exploitanten van met name gesubsidieerde zalen die onder druk van bezuinigingen risicoloos gingen programmeren. Ze boekten minder voorstellingen en gingen vaak voor zekere kassuccessen zonder aandacht voor de kwaliteit op het podium.

Veeman: ,,De fans willen wel komen, maar als zo´n zaal niet wil… De programmeurs gaan dan voor Voice-of-Holland-achtige artiesten. Maar zo bouwen ze geen vast publiek op. Dat kan voor sommige zalen de genadeklap betekenen. Mijn advies is: hou de focus op de kwaliteit. Dat de mensen weten: als hij iets programmeert, is het goed. Zo bouw je een band met een vast publiek op.”

Hij noemt de gelegenheden in het land waar dat wel goed gebeurt. ,,Hier in de buurt zijn ook goede voorbeelden: Rika Dijkstra van ’t Waarhuis in Aduarderzijl en Willem Dijkema van ’t Keerpunt in Spijkerboor. Die hebben een band met hun bezoekers. Die weten waar ze graag voor komen.”

Niet afhankelijk

De les die Veeman heeft getrokken uit de crisis: maak je niet te veel afhankelijk van zalen die je boeken. ,,Wij proberen nu meer zelf de zalen te huren. Natuurlijk is dat een risico. Maar dat hoort bij het ondernemen. Ik ben daar niet vies van. We hebben het een tijdje geleden ook gedaan in Amsterdam. Een zaal met 200 plaatsen, niet heel veel, maar wel volle bak.”

Hij heeft een manager die ervoor zorgt dat andere besognes hem niet al te veel afleiden van zijn artistieke werk. Hij doet echter nog veel zelf: wat marketing, perscontacten, af en toe een videootje posten. ,,Tijdens concerten zing ik het liedje #lalala. Dan daag ik mensen uit met die hashtag iets op Twitter of Facebook te zetten. Ook dat is een deel van mijn marketing.”

Hij geeft toe: het zou mooi zijn als hij maandelijks 1000 of 2000 euro meer inkomsten had. Dan kon hij professionaliseren. ,,Die overpeinzingen maken me weleens onrustig. Voor je het weet heb je een hele crew die je moet betalen. Het moet allemaal wel behapbaar blijven. Het is een beetje een kip-ei-verhaal.”

Gevoel

Heeft hij weleens overwogen het Gronings los te laten om een groter publiek in het land te bereiken? Veeman: ,,Dat is niet van invloed op mijn publiek. Het gaat om het gevoel. Ook mensen die geen Gronings verstaan, krijgen dat mee. Als ik tijdens een concert zeg dat het een van de oudste talen in Nederland is, wordt het altijd helemaal stil. De streektaal zal altijd de hoofdmoot van mijn werk blijven. Vanaf Mien lutje laif heb ik gekozen voor het Gronings. Het is mijn moedertaal. Ik sta voor de Groninger cultuur. Die ga ik niet verloochenen.”

Tegenwoordig ontvangt Veeman met zijn partner Maria Madelon ook thuis in Kloosterburen liefhebbers van zijn muziek, haar schilderijen én lekker eten. Daar serveren ze frequent aan maximaal 25 mensen een vegetarisch vier-gangen-menu, met tussen de gangen door muziek van Arnold. Toes Toaval noemen ze het evenement.

Veeman: ,,Wij houden allebei van koken. Een vriendin van ons kwam toen met het idee voor de Toes Toavel. Eerlijk gezegd op een moment dat we wel heel erg de touwtjes aan elkaar moesten knopen. Het is een periode wat minder geweest, maar de Toes Toavel loopt nu goed. Dat is ook ondernemen, hè.”

Bron: Dagblad van het Noorden (John Geijp)

Foto: Corné Sparidaens

Geplaatst op: 8 september 2017

[GA TERUG]

Geef uw reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *